Paragliding Brevetten

De opbouw van brevetten

Brevetten

Brevet 1, lier- of bergstart
De opleiding schermvliegen begint met de gecombineerde praktijk- en theorieopleiding voor brevet-1. Deze opleiding wordt volledig verzorgd door de vliegschool van jouw keuze, zowel praktijk als theorie. De opleiding volg je in Nederland als je kiest voor de methode lierstart en in het buitenland als je kiest voor de methode bergstart. Veel scholen verzorgen beide opleidingen. Na een cursus van een week waarin je de grondbeginselen van het vliegen leert, ontvang je als alles goed gegaan is een bewijs van de vliegschool dat je de cursus met goed gevolg hebt afgelegd en 15 vluchten hebt voltooid. Daarmee kun je bij het KNVvL Examen Instituut je brevet-1 aanvragen.

Brevet 2, lier- of bergstart
De opleiding voor brevet-2 bestaat uit twee afzonderlijke delen per startmethode (lier of bergstart). Een praktijkdeel dat je bij een vliegschool van jouw keuze doet en een theorie-examen dat landelijk wordt afgenomen. Het praktijkdeel bestaat uit tenminste 40 vluchten met daarin diverse oefeningen. Op het moment dat de vliegschool vindt dat je het vliegen en de oefeningen voldoende beheerst, ontvang je van de school een luchtwaardigheidsbewijs. Met dat bewijs kun je bij het KNVvL Examen Instituut je brevet-2 aanvragen, mits je ook in het bezit bent van je theoriecertificaat voor brevet-2. Dat theoriecertificaat behaal je door deel te nemen aan het landelijk georganiseerde theorie-examen. Je kunt dat certificaat onafhankelijk van je praktijkopleiding halen; na behalen blijft het twee jaar geldig. Binnen die twee jaar moet je er dan voor zorgen dat je jouw luchtwaardigheidsbewijs haalt.

Brevet-3, lier- of bergstart
Voor brevet-3 hoef je geen praktijkopleiding te doen bij een vliegschool, maar moet je een aantal overlandvluchten hebben gemaakt én aanvullende vliegvaardigheid bezitten. Een deel van deze vluchten moet door een instructeur zijn afgetekend. In de exameneisen staat omschreven aan welke voorwaarden je vluchten moeten voldoen om te kunnen worden aangemerkt als overlandvlucht. Als je voldoende overlandvluchten hebt gemaakt, dan kun je bij het KNVvL Examen Instituut je brevet-3 aanvragen, mits je ook in het bezit bent van je theoriecertificaat voor brevet-3. Dat theoriecertificaat behaal je door deel te nemen aan het landelijk georganiseerde theorie-examen. Ook nu geldt dat het certificaat twee jaar geldig blijft. Binnen die twee jaar moet je er dan voor zorgen dat je voldoende overlandvluchten hebt gemaakt.

Heb je nog vragen? Bel dan naar: 085-0495569 of mail naar: info@maurikparagliding.nl

Bron: Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, KNVvL

Brevet

IPPI-kaart voor vliegen in buitenland

Wie met een Nederlands brevet in het buitenland wil vliegen, doet er goed aan een zogenoemde IPPI-kaart aan te schaffen. IPPI betekent International Pilot Proficiency Information en is een manier om de bekwaamheid van een piloot aan te duiden. In veel landen, waaronder de meeste Alpenlanden, is namelijk het bezit van een dergelijke kaart vereist voor iedereen die zelfstandig een vlucht wil maken. De lokale autoriteiten kunnen aan de hand van de kaart nagaan op welk niveau de kaarteigenaar gekwalificeerd is om te schermvliegen. De IPPI-kaart wordt uitgegeven door de Fédération Aéronautique Internationale (FAI). Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in vijf niveaus (‘Stages’), die variëren van het eerste basisniveau (Stage 1: ground skimming) tot het maken van overlandvluchten (Stage 5: cross country).

Aangezien de theorie- en praktijkeisen die voor de Nederlandse brevetten worden gesteld niet naadloos aansluiten op de eisen die gelden voor de verschillende niveaus van de IPPI-kaart, moet het brevet als het ware naar de kaart worden vertaald. Dat gebeurt aan de hand van het onderstaande schema:

KNVvL-brevet        IPPI-Kaart              Omschrijving
Brevet 1                  Stage 1                   Ground skimming
Brevet 1                  Stage 2                   Altitude gliding
Brevet 2 berg         Stage 3                   Ridge soaring
Brevet 2 berg         Stage 4                   Thermal gliding
Brevet 3 berg         Stage 5                   Cross country

Voor Stage 3 is vereist:
– Brevet 2 berg

Voor Stage 4 is vereist:
– Brevet 3 berg; IPPI 3 + tenminste 20 vlieguren, waarvan tenminste 5 uur in thermische of dynamische stijgwinden, óf
– Brevet 2 berg + ten minste 20 vlieguren, waarvan tenminste 5 uur in thermische stijgwinden en ten minste 5 uur in dynamische stijgwinden.

Voor Stage 5 is vereist:
– IPPI 4 + brevet 3 berg + tenminste 50 vlieguren en tenminste 5 overlandvluchten met een minimum van 20 km, waarbij het vliegen langs een duin of rigde niet is goedgekeurd.

Neem contact op

We horen graag van je!

Onleesbaar? Nieuwe code captcha txt

Begin met typen en druk op enter om te zoeken